Week 38, 2026 – Stortdag: de funderingsplaat wordt gestort
Vorige week leek de bouwplaats te wachten op de betonmixers. Dinsdag, net voor acht uur 's ochtends, waren ze er. Van boven gezien staat de straat vol blauwe vrachtwagens van Pouw met draaiende trommels, één recht onder het raam en meer in de rij langs de geparkeerde auto's richting de bouwkeet. Helemaal achteraan staat een rode betonpomp bij de bouwschutting, met zijn giek al uitgevouwen over het hek. Een vrouw loopt over de stoep naar haar werk, alsof het een gewone ochtend is.
Vijf minuten later, beneden bij het hek, reikt de giek van de pomp over het hele perceel, rood en wit tegen de baksteen van het appartementengebouw erachter. De eindslang hangt omlaag naar een ploeg met helmen in de achterste hoek, die hem langs de houten keerwand leidt. Daar vloeit de eerste strook nat beton al over de netten, terwijl de rest van de wapeningsvloer nog oranje oplicht in de lage zon.
Vanaf de andere kant wordt het ritme van het werk duidelijk. Eén man houdt de zware slang stil terwijl het beton eruit stroomt, een ander trekt er een trilbalk overheen om het vlak te krijgen, en nog twee volgen met lange harken en stokken. Een uitvoerder in een zwarte jas staat een paar meter verderop op de nog lege netten en kijkt hoe de grijze rand naar hem toe schuift. Rond de kolomstaven ligt het beton al vlak en glanzend.
Om half vijf 's middags is het oranje verdwenen. De hele plattegrond is één grijze plaat, van de keerwand tot aan de stoep, met alleen de kolomstaven en de kraanmast die eruit omhoogsteken. Drie vlinderplaten zijn over het oppervlak aan het werk, twee met een bestuurder en één geparkeerd, en hun bladen laten overlappende cirkels achter. De pomp en de vrachtwagens zijn weg, en het is nauwelijks voor te stellen dat de straat vanochtend vol mixers stond.